Eosinofiele darmontsteking

Eosinofiele darmontsteking

Eosinofiele darmontsteking is een zeldzame aandoening met een (nog) onbekende oorzaak. De ontsteking kan een groot deel van het spijsverteringskanaal aantasten, van maag tot endeldarm. Eosinofiele darmontsteking kan op elke leeftijd optreden, maar openbaart zich meestal bij twintigers, en tweemaal zo vaak bij mannen als bij vrouwen.
Als de ontsteking zich vooral in de maag bevindt, wordt gesproken van eosinofiele gastritis. Een ontsteking van zowel maag als darmen wordt eosinofiele gastro-enteritis genoemd.

App de Dokter: altijd online bereikbaar

Geen zin in gedoe met inloopspreekuren en wachtkamers? Download App de Dokter en krijg binnen 1 uur antwoord.

Heb je een vraag over je gezondheid?
- Bijvoorbeeld over koorts die maar niet over gaat? 
- Een raar plekje op je huid? 
- Of een ingewikkelde bijsluiter? 

Chat met een medisch deskundige via App de Dokter. Gewoon vanaf je bank. 

Download App de Dokter

Oorzaken

Eosinofiele darmontsteking wordt gekenmerkt door ophoping van eosinofiele granulocyten in de darmwand. Dit zijn een bepaald soort witte bloedcellen. Bij de helft van de patiënten is ook het aantal van deze cellen in het bloed verhoogd. Eosinofiele granulocyten nemen normaal gesproken alleen in aantal toe bij een allergische reactie of een infectie met parasieten. Waarom ook bij eosinofiele darmontsteking zo’n toename plaatsvindt, is niet bekend. Vanwege de rol van deze bloedcellen bij een allergische reactie, wordt aangenomen dat eosinofiele darmontsteking sterk verwant is met allergische aandoeningen zoals astma, eczeem en voedselallergie. Opvallend is dat bij veel mensen met eosinofiele darmontsteking allergieën in de familie voorkomen.
Als gevolg van de ophoping van eosinofiele granulocyten raakt de slijmvlieslaag van de maagdarmwand ontstoken op de plek waar de eosinofiele ontsteking zich bevindt. Ook de diepere lagen van de maagdarmwand kunnen ontstoken raken.

Verschijnselen

Mogelijke klachten bij eosinofiele darmontsteking zijn onder andere diarree, buikkrampen en buikpijn, misselijkheid en braken, slechte voedselopname en gewichtsverlies, bloedingen en bloedarmoede, achterblijvende groei bij kinderen en in een enkel geval verstopping van het darmkanaal en/of darmperforatie (een gat in de darmwand). Bij aantasting van het buikvlies buiten de darm kan ascites ontstaan. Hierbij wordt vocht in de buikholte vastgehouden.

Diagnose

De klachten en verschijnselen zijn redelijk algemeen en kunnen op allerlei aandoeningen wijzen. Voor de diagnose eosinofiele gastritis of gastro-enteritis is dan ook aanvullend bloedonderzoek nodig en een endoscopie van de darmen. Tijdens dit onderzoek kunnen meteen weefselmonsters (biopten) worden afgenomen die in het laboratorium worden onderzocht op de aanwezigheid van eosinofiele granulocyten.

Behandeling

In lichte gevallen kunnen de verschijnselen afnemen door geen zuivelproducten meer te gebruiken. In ernstige gevallen worden ontstekingsremmers als corticosteroïden voorgeschreven. Daarnaast kan het dan noodzakelijk zijn om tijdelijk via een bloedvat voeding toe te dienen (parenterale voeding).
Eosinofiele darmontsteking is niet te genezen. Door bovenstaande maatregelen kunnen de klachten verminderd worden of zelfs langdurig klachtenvrije periodes optreden.

Meer informatie

Engelstalige informatie van Medscape
http://emedicine.medscape.com/article/174100-overview

Clegg-Lamptey, J. N., Tettey, Y., Wiredu, E. K., Kwawukume, E. Y. 2002, 'Eosinophilic enteritis - a diagnostic dilemma', West African Journal of Medicine, vol. 21, no. 3, July-September, pp. 258-259.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=12744585&dopt=Abstract

Daneshjoo, R., Talley, J. N. 2002, 'Eosinophilic gastroenteritis', Current Gastroenterology Reports, vol. 4, no. 5, October, pp. 366-372.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=12228038&dopt=Abstract

Khan, S., Orenstein, S. R. 2002, 'Eosinophilic gastroenteritis: epidemiology, diagnosis and management', Paediatric Drugs, vol. 4, no. 9, pp. 563-570.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=12175271&dopt=Abstract