De normale zwangerschap

De normale zwangerschap

Zwangerschap (graviditeit) is de toestand waarin een vrouw verkeert vanaf het moment dat een eicel in haar lichaam door een zaadcel wordt bevrucht tot aan het moment dat de bevalling plaatsvindt.

App de Dokter: altijd online bereikbaar

Geen zin in gedoe met inloopspreekuren en wachtkamers? Download App de Dokter en krijg binnen 1 uur antwoord.

Heb je een vraag over je gezondheid?
- Bijvoorbeeld over koorts die maar niet over gaat? 
- Een raar plekje op je huid? 
- Of een ingewikkelde bijsluiter? 

Chat met een medisch deskundige via App de Dokter. Gewoon vanaf je bank. 

Download App de Dokter

Ontstaan van een zwangerschap

Normaal gesproken komt een zwangerschap tot stand doordat de vrouw gedurende haar vruchtbare periode in de menstruele cyclus met een man geslachtsgemeenschap heeft. Bij vruchtbaarheidsproblematiek kan de zwangerschap ook kunstmatig tot stand worden gebracht.

De ontwikkeling van de bevruchte eicel

Eén van de zaadcellen van de man smelt samen met de eicel van de vrouw. Dit wordt de bevruchting genoemd. De bevruchte eicel (zygote) begint zich direct te delen en gaat door de eileiders op weg naar de baarmoeder. Na ongeveer vier dagen is de bevruchte eicel aangekomen in de baarmoeder. Op de dag dat de vrouw weer ongesteld zou moeten worden, ligt de bevruchte eicel ingenesteld in het baarmoederslijmvlies. Het innestelingsproces kan gepaard gaan met een kleine bloeding (de innestelingsbloeding). De bevruchte eicel blijft zich delen en drie weken na de bevruchting is het embryo ontstaan. Het embryo ontwikkelt zich verder en alle organen worden gevormd. Tegelijkertijd wordt de placenta gevormd. Na ongeveer drie maanden is het embryo volledig ontwikkeld.

In het eerste trimester is de zwangerschap het meest kwetsbaar. Maar ongeveer 30% van alle bevruchtingen leidt uiteindelijk tot de geboorte van een kind. De meeste zwangerschappen gaan al mis, voordat de vrouw weet dat ze zwanger is. Wanneer de vrouw eenmaal weet dat ze zwanger is (wanneer de menstruatie uitblijft), gaat nog maar 10% van de zwangerschappen verloren. Dit wordt dan een miskraam genoemd.

Wanneer de vrouw drie maanden zwanger is, wordt er niet meer gesproken van een embryo maar van een foetus. De ontwikkeling gaat nog door, maar groei en rijping van de reeds aangelegde structuren komen steeds meer op de voorgrond te staan. Na een zwangerschapsduur van ongeveer negen maanden is het kind volledig ontwikkeld en zal de bevalling beginnen.

Lichamelijke veranderingen

Tijdens de zwangerschap treden er veranderingen op in het lichaam van de moeder. Haar lichaam past zich aan om te kunnen voldoen aan de eisen die de zwangerschap stelt. De eerste tekenen van zwangerschap zijn het uitblijven van de menstruatie en vaak ochtendmisselijkheid en gespannen borsten. Andere veranderingen zijn:

Veranderingen in het bloed
Doordat er in de zwangerschap veel bloed naar de placenta gaat, wordt er extra bloed aangemaakt. Het plasma (het vochtbestanddeel van het bloed) neemt het meest toe. Het percentage rode bloedcellen (nodig voor het zuurstoftransport) en bloedplaatjes (nodig bij de bloedstolling) daalt hierdoor. Het hemoglobinegehalte (het gehalte aan hemoglobine, een onderdeel van de rode bloedcellen, in het bloed) daalt dus ook. De hoeveelheid ijzer en foliumzuur neemt af. Het percentage witte bloedcellen (nodig voor de afweer) neemt toe.

Veranderingen in de bloedsomloop
Om de grotere hoeveelheid bloed te kunnen rondpompen, gaat het hart harder werken. Het slaat vaker en de hoeveelheid bloed die per slag wordt weggepompt neemt toe. De terugvloed van bloed uit de benen naar het hart neemt af. De druk in de aders wordt groter. Dit kan leiden tot spataderen (varices), aambeien (hemorroïden) en vochtophoping (oedeem).

Veranderingen in het bindweefsel
Het bindweefsel (steunweefsel) in het lichaam verslapt. Dit kan leiden tot gewrichts- en bekkenklachten.

Veranderingen in de hormoonspiegels
Tijdens de zwangerschap veranderen de hormoonspiegels.

Veranderingen in de geslachtsorganen
De zwangere baarmoeder wordt steeds groter en zwaarder. De vagina, de schaamlippen en de clitoris worden beter doorbloed. Dit leidt tot een blauwrode verkleuring en een grotere gevoeligheid voor seksuele prikkeling. De vaginale afscheiding kan toenemen.

Veranderingen in de nieren en de blaas
De nieren zijn beter doorbloed en moeten harder werken. De blaas wordt door de groeiende baarmoeder naar boven gedrukt en wordt belemmerd in zijn werking. Dit kan leiden tot ongewild urineverlies en geeft een grotere kans op urineweginfecties.

Veranderingen in het maag-darmkanaal
Tijdens de zwangerschap neemt de eetlust vaak toe (na het verdwijnen van eventuele misselijkheid). Ook kunnen de zogeheten zwangerschapslusten optreden: onbedwingbare zin in bepaalde (soms vreemde) voedingsmiddelen of combinaties daarvan. Een zwangere vrouw heeft circa 10 tot 15% meer energie nodig dan een niet-zwangere vrouw. Door de toegenomen doorbloeding bloedt het tandvlees sneller. De toegenomen druk in de buik en de verminderde werking van de sluitspier van de maag kunnen leiden tot zuurbranden. Door een veranderde darmwerking en de groeiende baarmoeder kan obstipatie voorkomen.

Veranderingen van de huid
De hoeveelheid pigment neemt toe. Dit kan leiden tot een donkere verkleuring van de schaamlippen, de middenlijn op de buik en de tepels. Onder invloed van zonlicht kunnen op het gezicht bruine vlekken ontstaan (het zwangerschapsmasker). Doordat de buik snel in omvang toeneemt, kunnen er onderhuidse scheurtjes (striae) verschijnen. Dit zijn blauwrode, grillige, verticale lijnen op de buik. Na de zwangerschap worden striae parelmoerkleurig en vallen minder op. Striae ontstaan vooral bij vrouwen jonger dan dertig jaar. De aanleg om striae te krijgen is waarschijnlijk erfelijk bepaald.

Veranderingen in de borsten
De borsten nemen in omvang toe en kunnen gespannen aanvoelen. De aders in en boven de borsten worden duidelijker zichtbaar en de tepel kleurt donkerder. Tijdens de zwangerschap kan al wat vocht uit de tepels komen.

Veranderingen in het gewicht
Tijdens de zwangerschap neemt het gewicht toe. Gemiddeld komen vrouwen ongeveer twaalf kilo aan, maar de verschillen zijn groot en hebben meestal geen klinische betekenis. Veel verloskundigen meten daarom het gewicht van de moeder tijdens de controles niet meer standaard.

Psychische veranderingen

De zwangerschap is een ingrijpende gebeurtenis in het leven van de vrouw en kan gepaard gaan met verschillende emoties. Vrouwen kunnen gespannen, bezorgd, angstig en/of prikkelbaar zijn.

Meer informatie

www.rivm.nl
Informatie over zwangerschap van verloskundigen, huisartsen en gynaecologen.

Heineman, M.J., et al. (2001). Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens, 4e druk, Elsevier gezondheidszorg, Maarssen.

Campbell, S., Lees, C. (2000), Labour, Obstetrics by ten teachers, 17th Ed, Arnold, London.

Ganong, W.F. (2001), Control of posture and movement, in: The review of medical physiology, 20th Ed, Lange Medical Publications, New York, London.

Pritchard, J.A., MacDonald, P.C., Gant, N.F. (1985), Prenatal care, Williams Obstetrics, 17th Ed, Appleton-Century-Crofts, Norwalk, Connecticut.